Wandelen in Andalusië

De mooiste wandelingen in de provincie Almería

Wandelen in het oosten van Andalusië
van de kust tot in de bergen

Kort nadat we ons huis in Andalusië gekocht hadden, vonden we op een dag tijdens het opruimen een houten kist. Was het een schat? Of op zijn minst een schatkaart? We wisten dat de kans klein was dat we iets waardevols “geërfd” hadden van de vorige eigenaars. En toch … toen we de doos openden zat er een aangename verrassing in. Veel beter zelfs dan een schat: versteende schelpen en andere fossielen. Als we ooit met opruimen klaar zouden zijn, wisten we wat we gingen doen.

Wandelen in Andalusië – De weg zelf is je bestemming

In de eerste jaren na onze verhuis van Duitsland naar de Spaanse provincie Almería hadden we een ellenlange lijst met dingen om te doen. Wandelen stond daarin niet bepaald in de top tien. Toen we op een gegeven moment dan toch de tijd vonden om te wandelen, schreven we niets op en maakten we geen foto’s van onze avonturen. En als je een website hebt, is dat eigenlijk wel een vereiste 🙂 .

Daar konden we gelukkig iets aan veranderen:

  • Onze Cortijo is inmiddels grondig verbouwd en gerenoveerd.
  • De marketing is op gang … althans zo “más o menos” zoals de Spanjaarden zeggen.
  • We hebben een keuken, recepten en (vooral) wijn.

We hebben nu dus eindelijk tijd voor een geliefde hobby van ons. En dit keer gaat het eens niet om een activiteit die te maken heeft met eten of drinken: Wandelen in Almería, Andalusië.
Of eigenlijk, in ons geval, heeft het er wel iets mee te maken. Maar door te wandelen, verbranden we tenminste een deel van de opgenomen calorieën 🙂 .

Wandeltochten in de provincie Almería

Andalusië, of in ons geval de provincie Almería, is een echt paradijs voor wandelliefhebbers. We bevinden ons tussen de zee en de bergen, en hier kan je elke dag iets nieuws ontdekken. Er zijn supermooie wandelingen langs de zee, waarbij je altijd je voeten (of andere lichaamsdelen, of zelfs je hele lichaam) in het water kan afkoelen. Je kan hier wandelen door de ramblas (opgedroogde rivierbeddingen) over dikke rotsen en door fijn zand. En als je naar de bergen wil, kan je direct achter het huis bergopwaarts lopen naar onze “huisberg” de Sierra Cabrera. Dat startpunt leidt je trouwens ook naar de bossen bij Séron.

Je kan de wandelingen hier heel kort houden, maar er zijn minstens evenveel langeafstandswandelingen. Er zijn wandeltochten voor wie van vlak land houdt en ook voor geboren berggeiten. Sommige bieden kleine uitdagingen, dus ook de avontuurlijk aangelegde wandelaar komt hier ruim aan zijn trekken. Er zijn rondwandelingen die je terugvoeren naar je startpunt, en er zijn tochten waar je naar een bepaalde plaats wandelt en weer terug …

Als je zo een “één-richting-wandeling” doet, bieden we een “taxi-service” op afspraak. We zetten je aan het startpunt af en parkeren vervolgens je auto op je eindbestemming. Of als je na een wandeling te moe bent om naar je startpunt terug te keren, dan komen we je oppikken.

Mocht je een snack wensen voor onderweg, dan pakken we graag iets voor je in.

Hou je van wandelen en waardeer je vooral wandelroutes met een bijzonder verhaal? Dan kan je veel te weten komen over Almería dankzij de wandeltochten. Daarom vind je bij ons een mooi aanbod van wandelroutes en andere ideeën voor een uitstap. In ieder geval vind je hier een gestaag groeiend aantal mooie wandelingen met foto’s die je zullen doen dromen.

Op Facebook en Pinterest plaatsen we ook regelmatig impressies van onze wandelingen.

We delen onze wandelingen op Wikiloc, zodat je ze altijd kunt volgen.

Wandelen in Andalusië – onze mooiste wandelingen in de provincie Almería

… en nog een opmerking over de duur van de wandelingen: wij namen massa’s foto’s en gingen geregeld links en rechts van de baan af … de informatie is daarom erg bij benadering 😉

De route door de oude mijn “Union de Tres Amigos” van Bedár

… waarschijnlijk de bekendste wandeling in de provincie Almería

Route

Rondwandeling

Lengte

ongeveer 12 km

Dauer

ongeveer 3,5 uur

Moeilijkheidsgraad

middelmatig

We noteren de eerste koele oktobermorgen van het jaar. Twee dagen lang hebben er zware stormen gewoed en nu is de temperatuur behoorlijk gedaald. Als onze wekker ons dus wekt om 7 uur is het maar 15 °C. Bbbrrrrhhhh! We zijn duidelijk behoorlijk gewend geraakt aan de hitte.

Na het ontbijt voor onze gasten en een verholen blik op het weerbericht is het al snel duidelijk: vandaag wordt een warme en zonnige dag, typisch Andalusisch “herfstweer”. Dus trekken we onze wandeluitrusting aan om een trip te maken die we al een tijdje op het programma hadden staan: de mijnwandeling in Bedár.

Deze rondwandeling is waarschijnlijk de bekendste in de streek. De laatste keer dat we deze wandeling maakten, was in het voorjaar van 2 jaar geleden. Hoog tijd dus voor een herhaling.

Met de auto gaat het eerst richting Bedár, want deze prachtige wandeling door de mijnen begint kort voor de ingang van het dorp. We zijn nog op de straat als we al een “tunnel” zien. Daar bevindt zich de oude laadruimte van de mijntrein naar het spoor voor verder transport naar de kust. Het is zondag en de parking staat tjokvol met auto’s. We bereiden ons dus voor op hoge bedrijvigheid. Vreemd genoeg komen we onderweg niemand tegen! Waar die autobezitters allemaal rondhangen? Het is ons een raadsel.

Wandelen in Bedár: een goede start 🙂

Vanaf de parkeerplaats volgen we gewoon de wit-groene markering aan de buitenkant direct rond de laadruimte en dan gaat het al dadelijk vrij steil bergop. Op de een of andere manier beginnen alle belangrijke wandelroutes in Spanje bijna altijd met een stugge beklimming. Wie het liever wat gemakkelijker heeft, kan ook de weg naar links volgen.

Een beetje later gaat de weg door een tunnel. Gelukkig zien we al snel licht aan de andere uitgang. Hier volgen we de oude spoorlijn die van de mijnen naar het laadstation op de parkeerplaats leidt. Het volgende stuk is dan ook gemakkelijk te lopen. Het gaat verder bergop en bergafwaarts, maar nooit te steil.

Het panorama dat deze wandeling zo uniek maakt

Eenmaal door de tunnel wandelen we door amandel- en olijfboomgaarden. Hier en daar staan er ook Johannesbroodbomen en pijnbomen aan de kant. Iets meer naar boven en na een lange bocht naar rechts opent het uitzicht zich naar de vallei van de Rambla de Serena. Wat een uitzicht! Helemaal links op de achtergrond krijgen we een glimp te zien van de zee. De rest van de achtergrond wordt gevormd door het dorp Mojácar en onze lokale bergen, de Sierra Cabrera, die lichtgroen afsteken tegen de blauwe lucht. Onze Cortijo kunnen we jammer genoeg niet zien; daarvoor zijn we niet hoog genoeg. Maar op de “terugweg” zullen we een beetje hoger zijn en dan gaat het zeker lukken 🙂 .

Nadat we onze ogen hebben uitgekeken op het panorama gaan we weer verder, altijd een beetje bergafwaarts. Dat is een beetje onprettig, want als we bergafwaarts gaan, weten we dat het later weer omhoog gaat. We blijven blikken werpen op het mooie uitzicht.

Naar het belangrijkste deel van de oude mijn

Plotseling en onverwacht gaat het pad naar rechts en leidt het door een kleine, korte en zeer lage tunnel (hoogte 1,30m). Toen we deze tocht 2,5 jaar geleden wandelden, waren we altijd maar aan het praten en letten we niet echt op het pad. Nu weten we dat je deze afslag niet mag missen. Anders kom je op de bodem van de Rambla-vallei terecht en kan je de hele weg terug naar boven lopen. Dat is natuurlijk goed als je extra calorieën wil verbranden (wat voor ons, tapas-snoepers, zeker geen kwaad kan), maar het is nu eenmaal niet slim 🙂 .

Zodra we deze korte tunnel verlaten, gaan we steeds dieper de eigenlijke mijn in. Links zien we nog steeds het dal van de Rambla de Serena en rechts de ingangen van de verschillende tunnels. We lopen zelf over de voormalige spoorbedding van de mijntrein. Dat zien we duidelijk aan de resten van het houten spoor dat hier ooit liep. Waar de weg naar de tunnel voorheen goed genoeg leek om er “mijn-ICE’s” over te laten rijden, is het spoor hier duidelijk maar voor kleine wagentjes bestemd. Die zullen net voldoende geweest zijn om het opgegraven materiaal te vervoeren.

Tunnels, tunnels en nog meer tunnels

De weg naar de volgende tunnel is zeer smal over een lengte van ongeveer 5 meter. Daarom heeft men hier om veiligheidsredenen touwen aan de bergwand bevestigd. Vandaag zijn we met z’n vijven en slechts één van ons – iemand met een beetje hoogtevrees – gebruikt het touw. De rest van ons vindt het “spoor” nog breed genoeg.

We moeten ons wat bukken om door de tunnel te gaan. Daarna is het een paar meter klimmen op een oude trap. Toen ze die gebouwd hebben, hadden ze waarschijnlijk nog geen NBN-normen voor trappen.

We blijven de weg volgen naar de oude mijnspoorlijn die ons over een bijzonder pittoreske brug leidt. Vanaf hier wordt het pad weer breder.

Nu gaat het relatief lang bergopwaarts. Hier is de omgeving bezaaid met gebouwtjes van de oude mijn. We proberen ons voor te stellen hoe het hier heeft uitgezien toen de mijnen nog gebruikt werden. Nu is de omgeving rustig en stil, maar vroeger moet het een echte heksenketel geweest zijn. In die tijden waren er ook nog geen normen voor geluidsoverlast.

La Serena, het lieflijke gehucht bij Bedár’s mijn

Vlak voor we het dorp La Serena bereiken, is er nog een uitzichtpunt. “El Hoyo Jupiter” is een oude laadtoren van de “Tres Amigos” mijn.

Als we bij het gehucht La Serena aankomen, lopen we rechtdoor tot aan een T-kruising. Hier slaan we linksaf en bereiken de oude dorpsbron. We nemen even de tijd om het zweet van onze gezichten te spoelen en een slokje te drinken van onze waterfles. Dan gaan het onmiddellijk verder voor de laatste etappe. We volgen de weg een tijdje en gaan dan bij de eerste gelegenheid rechtsaf. Dit pad komt uit boven de tunnel waar we als eerste doorheen zijn gegaan. We zijn dus maar een paar meter verwijderd van de parkeerplaats. Helaas ontbreken op dit laatste stuk de groene en witte markeringen, die ons zo betrouwbaar de weg naar La Serena hadden gewezen. Maar misschien is dat zo omdat de weg zich hier vanzelf uitwijst.

Dit is een fascinerende wandeltocht in een uitbundig natuurlandschap. Maar het is vooral uniek door de kleine avontuurtjes die je onderweg tegenkomt. Een alledaagse wandeling kan je dit zeker niet noemen.

De mijn van Bedár kort en bondig

Voor iedereen die van details houdt, geven we nog wat informatie. We hadden bijvoorbeeld nog niet gezegd dat Bedár een ijzermijn was, die in elk geval teruggaat tot het midden/einde van de 19e eeuw. Maar er zijn oude gegevens waaruit blijkt dat de Moren hier al in de late 15e eeuw mineralen ontgonnen.

De route door het fossieldal bij Alfaix

… en verder door de uitlopers van de Sierra Cabrera

Route

Rondwandeling

Lengte

ongeveer 12,5 km

er is een kortere weg naar ongeveer 8 km en een verlenging tot ongeveer 15 km

Dauer

ongeveer 4 uur

Moeilijkheidsgraad

middelmatig

… met een “kleine” uitdaging

Overal fossielen om ons heen

We hadden vroeger moeten vertrekken voor deze wandeltocht! Het is eind september en ’s morgens vonden we het zelfs een beetje fris. Nu liggen er zo’n 13 km voor ons en de ochtendzon, die al relatief hoog staat, verwarmt het dal van Alfaíx meer dan behoorlijk.

Er waait een briesje door het dal en we beginnen vol goede moed te stappen.

We hebben nog maar een klein stukje gewandeld of we staan al midden tussen de gigantische hoge kloven waar we zo vaak over gehoord hebben. Het fossieldal opent zich recht voor onze ogen en we fotograferen als gekken in de hoop dat we het onuitsprekelijk mooie uitzicht tenminste een beetje kunnen vastleggen.
De bergen lijken wel honderden meters hoog om ons heen te rijzen. We voelen ons klein maar onze verwondering is reusachtig. Hier heeft een rivier zich ooit een weg gegraven door de zandsteen. De oevers bieden een majestueus uitzicht …

Gelukkig valt de koele schaduw van de hoge rotsen over het wandelpad, want gemakkelijk te bewandelen, is dat pad niet. Niet alleen heb je hier goede, stevige schoenen nodig, de rest van je lichaam moet zich ook inspannen. Op sommige plaatsen is de kloof bedekt met werkelijk dikke rietstengels, zodat je met handen en ellenbogen moet zwoegen om ruimte te maken. Soms moet je zelfs een paar meter voorovergebogen lopen om verder te komen.

Af en toe komen we aan kleine open plekken waar het warme zonlicht ook de fossielen in de bergen doet schitteren. Je kan hier duidelijk zien dat het hele gebied lang geleden niet boven maar onder water lag. De bergen zitten tjokvol met schelpen.

Wat bracht ons op het idee om hier te gaan wandelen?

Toen we ons huis pas gekocht hadden, vonden we op een dag een houten kist met schelpfossielen. Vanaf dat moment wisten we dat we de plaats wilden zien waar die vandaag kwamen. Jammer genoeg kunnen we van onze huidige wandeling geen fossielen meebrengen. Om ze uit de berg te krijgen, heb je een hamer en een beitel nodig. Of nog beter … een draadloze hamerboor … Waarom wandelt hier niet toevallig iemand voorbij die zoiets op zak heeft? De beste manier om zonder hamerboor fossielen mee te nemen, is waarschijnlijk om hier opnieuw te wandelen na een zware regenbui. Blijkbaar komen er dan vanzelf fossielen los. Nadeel: we moeten dan wel de eerste wandelaars zijn na de regen, anders zijn alle goede stukken al weg.

Op onze wandeling staan we vaak gewoonweg stil en sprakeloos te staren. Na een tijdje steken we een kleine kreek over. Het woord “kreek” is niet echt passend. Het heeft meer weg van een druppeltje restvocht dat de zomer hier in de schaduw heeft overleefd. Maar in dit barre woestijnklimaat lijkt zelfs een druppeltje water al heel wat.

Mission Impossible meets Tarzan in de provincie Almería

En plotseling staan we geconfronteerd met een bijna onoverkomelijke reuzenrots en … een koord! We hebben niet lang nodig om te begrijpen welke fysieke inspanning er nu van ons verwacht wordt. Vanaf de plaats waar we staan, lijkt het vooral op Mission Impossible! Gelukkig … naarmate we dichterbij komen, zien we dat de rots toch niet zo imposant is. De klim met het “veiligheidstouw” is best wel leuk en niet echt moeilijk. En een momentje lang voel je je als een echte avonturier. Tegenover de wandelaar die deze rots overwint, zijn Tarzan en Tom Cruise maar watjes.

De kloof zelf is nog geen 2 km lang, maar toch hebben we een uur nodig voor die korte afstand. Dit hebben we te danken aan het tamelijk veeleisende pad, maar vooral aan de vele foto’s die we hier maken.

Als we aan het eind van de vallei van de fossielen de rivierbedding verlaten, lopen we verder door de gedroogde rivierbedding, langs een ruïne die er ooit vast indrukwekkend uit heeft gezien, in een tijd toen de rivier nog water had en het land nog vruchtbaar was.

De Sierra Cabrera: ons thuis

We wandelen nu door de uitlopers van de Sierra Cabrera, ons “thuisgebergte”, soms bergopwaarts, dan weer bergafwaarts, soms zachtjes, soms wat inspannender.

Opnieuw komen we aan een ruïne. Hier heeft een jager blijkbaar een oude stoel weer “zitbaar” gemaakt. Vanaf deze plek heeft die jager ook een prachtig uitzicht over de vallei en kan hij waarschijnlijk vrij gemakkelijk zijn prooi vinden en doden. Maar onze aandacht gaat uit naar de granaatappelbomen die hier op verschillende plaatsen groeien. Omdat we al een deel van onze watervoorraad leeg hebben gedronken, hebben we genoeg ruimte in onze rugzak om een paar felrode exemplaren op te bergen. Dat wordt later lekker genieten.

Vanaf hier gaat de route verder bergopwaarts over een vrij breed en comfortabel pad door de eindeloze lussen van de Sierra Cabrera. Steeds weer moeten we even stoppen om het volgende adembenemend uitzicht van de benedenliggende zee in te drinken.

Het originele wandelpad waar we nu onze eigen variatie van volgen, maakt eigenlijk een omweg naar de Cortijo Grande en slaat af naar het voormalige vliegveld van Turre. We korten onze route een beetje in en besparen 3 km. Als we nog willen lunchen op een fatsoenlijk uur, zullen we moeten opschieten. We weten maar al te goed dat de Spanjaarden geen gevoel voor humor hebben als het gaat om de maaltijden 😉 .

Citroenbloesems zijn pure verleiding!

Aan het einde van de wandeling – voordat we Alfaíx weer bereiken – passeren we een enorme plantage. Overal zien we citroenen, massa’s en massa’s citroenen. Hier moeten we terug naartoe komen wanneer die in bomen in bloei staan. De geur moet dan ongelooflijk zijn. Jammer dat we geen geuren digitaal kunnen opnemen en weergeven. Eventjes dagdromen we over een computer met een geurverspreidertje. Maar we keren snel terug naar de realiteit en zijn we het erover eens dat het toch beter is om deze plek zelf “live” te zien en ruiken 🙂 .

Een “gemoedelijk” wandelingetje in het binnenland van Turre

door de Rio Aguas en Rambla Estrecho

Route

Rondwandeling

Lengte

ongeveer 9 km

Dauer

ongeveer 2,5 uur

Moeilijkheidsgraad

eenvoudig

Oef! Het lijkt erop dat het wandelvirus ons te pakken heeft! Van bijna 0 naar 100 door Andalusië, of in elk geval door de provincie Almería. Als we de kans krijgen eropuit te trekken, laten we die niet aan ons voorbij gaan.

Een “korte” wandeling door Turre

Vandaag hebben we niet zoveel tijd, dus moet het iets sneller gaan. De wandeling dus, niet wij. We zijn niet van plan om ons wandeltempo te verhogen 🙂 . Dus hebben we een route gepland zonder al te veel hoogtes en laagtes en met een wat kortere afstand dan de gewoonlijke 10 km. Ze begint toevallig ook bijna recht voor onze deur. Perfect! Daarmee winnen we alvast een beetje tijd.

We rijden dus 5 minuutjes naar de andere kant van het dorp Turre en parkeren bij restaurant Tio Tomás. Op de terugweg zal dat nog een rol spelen …

Turre en zijn beroemde Rio Aguas

We moeten nog even teruglopen naar de hoofdweg, want we willen naar de rambla (droge rivierbedding) van de Rio Aguas. En over onze route ligt letterlijk een privé-eigendom in de weg; daar moeten we een boog omheen maken.

Eerst gaan we richting Rambla de Mofara en we krijgen al dadelijk de indruk dat het een makkelijke wandeling gaat worden; een beetje saai zelfs. Het is een brede rambla waar niets de eentonigheid breekt. Een beetje teleurgesteld stappen we verder. Maar de afslag naar de Rambla de Rio Aguas is niet ver weg en daar verwachten we een interessanter landschap.

Inderdaad … het valt niet tegen. We zijn nog maar net links afgebogen naar de Rambla de Rio Aguas, of de omgeving verandert. Aan het begin van onze wandeling hadden dikke stenen de rivierbedding een oneffen uiterlijk gegeven, maar nu neemt de begroeiing beetje bij beetje toe. Even later moeten we werkelijk bijna vechten met het struikgewas om vooruit te raken. Het lijkt wel alsof we niet genoeg benen, armen en handen hebben!

De herfst in Turre: 30 graden en een blauwe lucht

We nemen een afslag en plotseling staan we midden in een reusachtig bos. We dwalen er rond en de herfstbladeren knisteren onder onze voeten. Daarbij vergeten we bijna de temperatuur van 30 °C te vermelden. Ja, dat heb je goed gelezen. Hier heerst een hitte van 30 ℃. Op sommige plaatsen vind je hier nog wat kleine en grotere plassen, zelfs na de afgelopen hete en droge zomer. Hier leven de kikkers in een waar paradijs, tegen vijanden beschermd door het riet aan de rand van de plas. Wanneer onze voetstappen hun rust storen, duiken ze allemaal tegelijkertijd in het water.

Afgelopen nacht waren hier waarschijnlijk grote dieren om hun te dorst lessen, zoals wilde zwijnen en berggeiten. De grond is overal omgewoeld door talloze afdrukken van hoeven, voeten, poten, klauwen en nog andere sporen die we niet direct herkennen.

Steeds dichter wordt het struikgewas. En we zien ook meer en meer grote plassen. Daar moeten we een paar keer rondwandelen om verder te kunnen. Af en toe biedt de rambla hier werkelijk een interessant schouwspel. Op sommige plaatsen druppelt het water hier langzaam weg, en elders verdampt het dan weer. Tezamen met de extreme droogte vormt dat een indrukwekkend en raadselachtig landschap met barsten en openingen in de grond. Het is werkelijk iets heel speciaals.

Turre: Een dorpje aan de voet van de Sierra Cabrera

Hier verlaten we de rambla. We proberen een weg te vinden uit de rivierbedding en dan verder, naar de uitlopers en de eerste heuvels van de Sierra Cabrera, onze lokale bergen.

De weg daarheen lijkt in eerste instantie lang niet zo gemakkelijk te beklimmen, maar we hebben geluk want we vinden een doorgang. Daar nemen we even pauze om op adem te komen en water bij te tanken. Ja, het label ‘gemakkelijk’ past tenslotte wel bij deze wandeling 🙂

Bovenaan leidt het pad langs enkele privé-eigendommen. We steken de straat over in de richting van Turre en zijn snel weer in de ongerepte natuur.

De Sierra Cabrera en zijn Rambla del Estrecho

Aan deze kant leidt het pad ons nu naar de Rambla del Estrecho. In het begin is de route omzoomd met hoge rotsen. Eerst zijn ze kaal, maar dan neemt de begroeiing van riet en struikgewas toe. Op sommige plaatsen is de vegetatie zo dicht dat we maar stapsgewijs vooruitkomen. Wat interessant is … na een tijdje zijn de rotsen bezaaid met schelpen. Dat herkennen we van onze wandeling door het fossieldal. Niet te geloven dat dit hele landschap ooit diep onder de oceaan lag!

Een laatste bocht, we steken de weg weer over en staan even later terug aan ons beginpunt, bij de auto … of eigenlijk … aan Tio Tomás, het restaurant waar ik het eerder over had. Het is toch wel praktisch als een rondwandeling bij een restaurant begint. Ook al hebben we maar een “korte” wandeling gedaan, toch merken we dat we ABSOLUUT uitgeput zijn. Het is het perfecte excuus om ons aan onze andere hobby te wijden. Als beloning voor onze inspanningen kiezen we voor een koel biertje en een portie tapas.